Uit de praktijk

Normaal gesproken zou ik niet gauw bellen in het bijzijn van iemand in een restaurant, maar dit telefoontje moest ik echter even beantwoorden. Al gauw gebaart mijn man mij dat ik het gesprek moet beëindigen. Er is iets aan de hand. Mensen lopen naar buiten en iemand zegt dat hij EHBO-er is. Verschrikt loop ik erachter aan om te kijken of ik iets kan doen. De EHBO-er slaat een oudere man tussen de schouderbladen en er wordt buikstoten toegepast. Ondertussen belt een personeelslid met 112. Om niet in de weg te lopen, zet ik de stoelen van het terras aan de kant, zodat straks de hulpdiensten er goed bij kunnen en vang de hulpdiensten op. Ondertussen zie ik dat het slechter gaat met de oudere man, ik zie hem grauw worden en hij krijgt een ingevallen gezicht. De ogen staren staren in het niets. Het lichaam zakt slap in elkaar. Ik geef mijn jas om het onder zijn hoofd te leggen. Ze leggen de man in stabiele zijligging. Zoon pakt zijn vader nog een keer op en probeert de buikstoten, dit keer met hardere kracht en roept vertwijfeld: “Hou vol, pa!” Een vrouw roept dat hij geen reanimatie wilt en blijft dat herhalen ook als de eerste hulpwwagen is gearriveerd. Er wordt toch tot reanimatie over gegaan. Dit alles in maar een paar  luttele minuten. Het lijkt of je even in twee werelden leeft. In de ene een crisissituatie waar in hard gewerkt wordt  om iemands leven te redden en in de andere waarbij gasten hartelijk ontvangen worden en heerlijke gerechten worden geserveerd.
De oudere man heeft het niet gehaald. Familie is door het restaurant meelevend even apart naar een ruimte  gebracht om dit samen te verwerken, zover dat mogelijk is.
Nadat hulpmedewerkers her en der gesproken hebben met mogelijke getuigen om te vragen of ze oké zijn en mogelijkheid van slachtofferhulp hebben aangegeven vertrekken ook alle hulpdiensten, inclusief de traumahelicopter.